Rohda Raalte 13
 
   
  Home ยป Nieuws  
 

Hardlopen is gezond!

Kom op Beerns, u kan het!’ motiveer ik mezelf, terwijl ik me in jogoutfit wurm. En ja, ik motiveer mezelf altijd in de beleefdheidsvorm. Beleefd zijn tegen uzelf, kost geen moeite. Dat zouden meer mensen eens moeten doen, vind ik. Beleefd zijn tegen mij, haha.
Ik strik mijn veters, uiterst kordaat, als wil ik op die manier het hoofd bieden aan de neiging om me toch maar terug om te kleden. Want het kleinste excuus is normaal gesproken voldoende om toch maar af te zien van het plan mezelf als een idioot af te beulen. De beloofde regen is echter niet te bespeuren, dus dat valt tegen. Teletekst maakte ook geen melding van een ontplofte kerncentrale in mijn buurt, dus dat excuus was ook niet aan te grijpen. Helaas… Dus sta ik een paar tellen later warm te lopen op het gras achter het huis, met 2 honden grommend achter m'n kuiten aan; alsof de ze te weinig te eten krijgen en dit een welkome traktatie is;  klaar om een half uurtje hardlopenderwijs vol te maken. Onnozele kloot. Mafkees!

De sleutel onder de deurmat en daar ga ik.

Vijftig meter.
Jezus, het is helemaal niet warm, nee het is zelfs koud met een waterig zonnetje en het zweet gutst over mijn rug in mijn bilnaad. Misschien ben ik toch iets te snel van start gegaan. Even tempo vertragen.
Aaah, da’s beter.

Honderd meter.
‘t Gaat goed. Goh, dit wordt een makkie op dit tempo. Alhoewel…

Tweehonderd meter.
Hoe lang zou ik nu al bezig zijn? En interessanter nog, hoe lang moet ik nog om dat halve uur vol te maken? Een blik op mijn horloge leert me dat mijn benen toch al een lovenswaardige anderhalve minuut aan het presteren zijn. Nog achtentwintig en een halve minuut. Meteen schaam ik me kapot deze aartsmoeilijke berekening op mijn vingers gemaakt te hebben, maar gelukkig heeft niemand het gezien.

Driehonderd meter.
Voel ik daar nu geen pijntje in mijn rechterbil? Want als ik iets voel, moet ik meteen stoppen. Men weet nooit of er iets gescheurd is of zo.
Doe niet belachelijk, Beerns, er is helemaal niets aan de hand.
Ja, u heeft gelijk, Beerns, ik stel me aan. Ik moet niet zo flauw doen, nu ik nog maar zevenentwintig minuten voor de boeg heb. Eitje! Toch? Beerns?
Zwijg en loop verder. Spaar uw adem.

Een kilometer.
Met een scherpe bocht ruil ik de bekende Raamsweg in voor de uitgestrekte vlakte richting Raalte. Het zicht op de kilometers lange rechte baan die de akkervlakte in twee snijdt, doet mijn hartje net zo hard kloppen van vreugde als zou ik met mijn testikels ondersteboven aan de prikkeldraad hangen. ‘Kom op, Beerns, u kan het!’

Anderhalve kilometer.
Zweet brandt mijn ogen naar de filistijnen. Ik zou op mijn horloge willen kijken, maar het gaat niet. En dat blijkt niet eens het meest onaangename aan zweet. Het trekt namelijk ook horden bloeddorstige steekvliegen aan, zodat ik al drie keer molenwiekend als een motorisch minder gezegende idioot, blind over het wegdek moest spurten, tegen een merkwaardig hoog tempo, me opgelegd door panische angst. Ik zou willen huilen, maar mijn ogen weigeren uit zelfbehoud.

Twee kilometer.
Wolken pakken samen.
‘t Is niet waar he!
Ik kijk om, in ogenschouw nemende het stuk afgelegd om dat te vergelijken met de nog af te leggen weg, om zo terug te keren indien nodig, maar ik zie hoe drie knappe jongedames te fiets me naderen. Shit. Om een of andere duistere reden verhoog ik mijn tempo, hetgeen me doet hijgen als een copulerende Bouvier. Ik verzorg mijn loopstijl en als de deernes me passeren, houd ik mijn belachelijke gehijg in toom. Wanneer ze tientallen meters voor me uitrijden, betaal ik het gelag voor mijn trots en danst de hele melkweg voor mijn ogen. De snelheid waarmee ik me nu nog voortsleep, is van dien aard, dat een achteruitkruipende dode slak er zich kapot voor zou schamen.

Drie kilometer.
Een hevige wind steekt op, uiteraard vanuit de richting waar ik heen moet, en de hemel kleurt donkergrijs. Als het onweert, ben ik in deze uitgestrekte vlakte het geflambeerde haasje.
Een oude man die ik niet had horen aankomen, komt naast me fietsen.
‘An’t hardloop'n, keerltie?’
Ladies and gentlemen, Captain Obvious is in the house. Ik wil iets antwoorden als ‘Nee, ik ben aan ‘t trainen voor de honderd meter indoor polsstokzwemmen voor vrouwen,’ maar enkel een hijgend knikje lukt me nog net.
‘Maak ma'r feurt, 't giet so wei'n.’
De man was een genie.
‘En an oe tempo te sien, wut ut 'n douche!’ lacht hij alvorens weer weg te fietsen.
In gedachten schop ik hem keihard van zijn fiets, breng ik het rijwiel rectaal bij de ouwe in en begraaf ik hem tenslotte levend in een versbemeste akker, maar al gauw ik laat dit idee varen. Ik heb toch geen batse bij me.

Vier kilometer.
Het giet. Waaaaaaaaaaaaater. En weet je wat? Het doet verdomde deugd. Met hernieuwde moed loop ik luid pletsend door de rimpelende plassen, wat een of andere broedende vogel in een belendende gracht blijkbaar alarmeert. Het beest vliegt op en valt me prompt aan, misschien om haar eitjes te beschermen (vogels leggen toch hun ei in mei?), maar het kan even goed zijn dat ze gewoon niet zo gecharmeerd is van mijn kapsel. Net zoals elke vrouw in Raalte en omstreken.
Ik gil als een tienermeisje tijdens een concert van Nick & Simon en pas na mijn molenwiekende spurt van honderd meter, houdt de vogel het voor gezien. Compleet kapot tuur ik op mijn horloge. Nog geen half uur onderweg. De moed vergezelt de liters water in mijn schoenen, dus ik besluit de kortste weg naar huis te nemen.

Vijf kilometer
Weer de bewoonde wereld ingesjokt, de massa van het dorp Marienheem, dwing ik mezelf om in lichte looppas te blijven. Ik kom langs de lagere school en zie daar een 8 jarige kijken naar me met een bedenkelijk blik van: 'wat doet die opa daar, op die leeftijd gebruiken ze toch looprekken'. Nog een paar kilometer en ik ben weer thuis.
Achter de kerk langs zie ik de zwaarste hobbel tijdens mijn 'rondje'. De spoorlijn doemt op. Een meter of 6 klimmen is mijn deel. Ik ploeter mezelf, met nu ik half voorover hang, m'n op Moeka of Bootsveld lijkende pens nu nog zwaarder wegend, deze Alp D'huez te M'heem op.
Ik kijk op mijn horloge. bijna dertig minuten. Ik troost mezelf met de gedachte dat dat eigenlijk ook niet zo slecht is. Het is wel eens slechter geweest.

6 kilometer en 650 meter.
De laatste bocht, nog honderd en vijftig meter en ik ga zitten op de drempel. Nee ik val van pure vermoeidheid op het half bevroren gras.  Ik hijg, zie sterren en proef mijn zweet ondanks de striemende regen en een temperatuur die net boven het vriespunt uitkomt, maar ik ben een tevreden Ralph.
Na een paar minuutjes krijg ik het koud en zoek onder de deurmat naar de sleutel.
Shit. De kat is ermee vandoor gegaan. Ik zie nog wat glinsteren als de lokale ekster de sleutel ziet en met een potssierlijke duikvlucht mijn sleutel aanziet voor het laatste restje eten in deze koude februari-maand.

Dit was vorige week, nu, vanavond is deze hel weer de actualiteit vd dag. Dus ziet u tussen Raalte en M'heem een gek hardlopen. Dan weet u wie het is!

Hardlopen is gezond!
 


Commentaar
Beerns half uurtje maar ;-) Leuk verhaaltje moest wel lachen af en toe.
Commentaar door Shampoo - 12-2-2009 9:09:06
lijkt wel een gewone zondagse wedstrijd dag
Naam

Website
Commentaar
Vul de code in aub